What’s in a name

Een paar jaar geleden was ik machinist bij NS Reizigers, kortweg NSR. Toen heb ik een jaar bij Binnenlands Reizigers Vervoer (BRV) gewerkt. Daarna ben ik weer teruggegaan naar NSR. Zonder ook maar één dag van baan te zijn veranderd. Alleen de naam, nee, de juridische entiteit is enkele malen gewijzigd. Iedere directeur heeft zo zijn eigen ideeën, en er verandert nogal eens iets aan de top. Tegenwoordig moet de NS internationaal mee kunnen draaien en krijgen managers Engelstalige functiebeschrijvingen. We hebben geen Productiemanager (Pdm) meer, maar een Manager Service & Operations (MSO). Klinkt duur en dat zal het waarschijnlijk ook wel zijn.

Waar komt die drang om steeds van naam te veranderen toch vandaan? Tot voor kort hadden we in Nederland drie pijlers waar de hele (klassieke) muziekcultuur op rustte:

1. Concertgebouw.nl: Het Concertgebouw, in Amsterdam.
2. Muziekgebouw.nl: Muziekgebouw aan’t IJ, in Amsterdam.
3. Muziekcentrum.nl: Muziekcentrum Frits Philips, in Eindhoven.

Duidelijk en overzichtelijk, met een 2-1 voordeel in aantal voor Amsterdam, maar met de mooiste akoestiek in Eindhoven. Maar PSV wordt een keer geen kampioen en Eindhoven is direct jaloers op Amsterdam: Wij willen ook een muziekgebouw. En prompt wordt de gevestigde naam van Het Muziekcentrum vervangen door Muziekgebouw Frits Philips. Omdat de website Muziekgebouw al in gebruik was, krijg je nu het onooglijke MuziekgebouwEindhoven.nl. Dat klinkt meteen zo tweedehands, als een onderafdeling van Amsterdam. Pikant detail: In het programmaboek van het Muziekgebouw aan’t IJ wordt het Muziekgebouw in Eindhoven gewoon Muziekcentrum Frits Philips genoemd. Ik hoop oprecht dat MuziekgebouwEindhoven net zo’n lang leven beschoren zal zijn als Binnenlands Reizigers Vervoer.

muziekgebouw-brochure

Maar wat me het meest irriteert is natuurlijk de programmering. Hoe haal je het als artistiek manager in crisistijd in je hoofd met zo’n programma op de proppen te komen. Weet Frank Veenstra wel wat een machinist verdient? Ik krijg volgende maand mijn vakantiegeld pas en het is nu al volledig uitgegeven.

Natuurlijk Het Brabants Orkest met Wagner, Richard Strauss, Sjostakovitsj, Pärt, Berg en Mahler, maar ook met een Otto Ketting Driedaagse. Het uit één boom gesneden Quatuor Amedeo Modigliani, waar ik ooit een sprookje over schreef, komt weer langs. Mezzosopraan Petra Lang zingt, samen met het Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer, liederen uit Wagners Götterdämmerung. De Canto Ostinato van Simeon ten Holt moet zelfs de Grijze Duiven voor moderne muziek naar de concertzaal kunnen lokken en last but zeker not least, maar liefst twee wereldpremières van componist Nico Muhly, met de componist zelf op de piano en niemand minder dan Pekka Kuusisto op viool!

In Juni kan ik nog gaan genieten van ‘Kamermuziek in het groen’. Maar vanwege de verbouwing gaat het Muziekcentrumgebouw - als alles volgens planning verloopt (jaloers op Amsterdam: zie Noord/Zuidlijn) - pas in oktober weer open. Hoe kom ik de maanden juli, augustus en september door? Toch eens kijken op Muziekgebouw.nl.

Reacties zijn gesloten.