Boven op de Berg
In het dal van de Tranen-Met-Tuitenberg,
Ligt een man die de top wou bereiken.
Zo dood als een pier en men zei hem nog zo,
Dat hij nooit naar beneden mocht kijken.
Wie omkijkt, mijn vriend, op weg naar de top,
Die zal zijn doel nooit bereiken.
Hij wordt misselijk van hoogtevrees,
Heimwee en de stank van de lijken.
Een citaat uit De Tol van de Roem van Neerlands Hoop in Bange Dagen, waarin duidelijk de hand van Bram Vermeulen te herkennen is. Niet bepaald een advies waar Lenette van Dongen zich aan zal houden. In haar programma Hoogseizoen, dat ik woensdag 9 november in het Parktheater in Eindhoven bezocht, beklimt ze niet alleen de berg, ze daalt ook weer af om het publiek over haar ontdekkingstocht te vertellen.
Ze doet dat met een ‘wij’-gevoel, interactief met de zaal. Dat ze daarbij op één van de eerste rijen een alleenstaande vrouw van boven de 90 treft, is een mooi meegenomen toeval. Het is namelijk precies de persoon die ze boven op de berg ontmoet heeft. Deze oude vrouw had de top bereikt door de lift te nemen, aan de andere kant van de top. Daarmee doet de berg meteen denken aan de Nederlandse berg die een aantal luchtkasteelbouwers op het oog heeft. De oude vrouw vertelt Lenette over het hoogste geluk en de zin van het leven, gesymboliseerd door een thermoskan koffie - uit een pot met twaalf streepjes - en een zelf - met een dun laagje boter besmeerde - met kaas belegde boterham uit een zakje.
De weg naar de top is echter lang, zo’n twee uur. Lenette verveelt echter geen moment. Met een ‘doe nou effe normaal’-houding dendert ze over het podium. Als ‘chickie’ van een jonge Marokkaanse scooterrijder, als winkelende dame op de PC Hooft, als fietsende Amsterdamse moeder en oma en als beginnend bergbeklimster op leeftijd tussen snelle, lenige pubers. Alles even gemaakt vrolijk, want we moeten blij zijn in deze tijd. Alles gaat altijd goed, elke dag zien we even positief tegemoet, een k-dag hebben we nooit.
Deze gespeelde vrolijkheid leidt van de ene lachsalvo naar de andere. Lenette scheldt voortdurend op Amsterdam. In Eindhoven en Deventer is alles beter. Hier kun je nog onverwacht een vriend of kennis tegen het lijf lopen, in Amsterdam kan dat niet meer. Maar het is schelden uit machteloosheid. Lenette van Dongen scheldt omdat ze de stad, waar ze met hart en ziel van houdt, ziet veranderen. En die verandering wil ze tegenhouden, terugdraaien, maar ze weet niet hoe. Om niet bij de massa te gaan horen, stort ze zich op avontuurlijk projecten die ze eigenlijk niet aandurft.
Pas als ze alles gedaan heeft wat ze niet durfde, ontmoet ze op de top van de berg - letterlijk, met een goed gevulde rugzak van Bever - de oude vrouw. Weg met die bananendoos, weg met de elektrische tandenborstel, weg met de Nespresso, een boterham met kaas en een kop vieze, lauwe koffie. Maar wel uit een pot met twaalf streepjes. Dat is geluk, dat is de zin van het bestaan.
Tegen de waarschuwing van Bram Vermeulen in, daalt Lenette van Dongen de berg weer af om haar verhaal te vertellen aan wie het wil horen. En wat doet de zaal? Die lacht haar uit. De zaal is de hele kern van Lenette’s betoog, na afloop aan de automaatkoffie, alweer vergeten. Het publiek kwam voor een avond lekker lachen en keert tevreden en voldaan weer naar huis. Of Lenette daarmee om kan gaan? Dat zullen we horen in haar volgende programma. Bram Vermeulen was er vrij duidelijk over:
Ik heb, zei de man op de top van de berg,
Mijn leven gewaagd om dit te bereiken.
Maar wat heb je er aan, de winnaar te zijn,
Als je niet naar de verliezer mag kijken?
Niet lullen mijn vriend, dit is de top,
Die heb je zo graag willen halen.
En dat je die vreugde niet delen kunt,
Dat is de tol, die moet je betalen.

om 16:31
Bergen zijn cool
om 19:44
Mooi verhaal Geert.
Bram heeft nog veel meer moois.
Om een berg te bezitten, moet je er op gaan wonen. — deze is van mij.
ik zal je nog een gedicht over de geboorte van een berg sturen, maar die staat op mijn pc.
Gegroet,
Ivar