Achter mijn eigen trein aan rennen
Dinsdag 9 augustus was ik met de intercity vanuit Eindhoven op weg naar Rotterdam, toen Bijsturing belde. De leegmaterieeltrein die ik vanuit Rotterdam mee terug moest nemen naar Breda, reed vandaag niet. Bijsturing Eindhoven stelde voor een extra pauze in te lassen en later de intercity naar Venlo, die ik anders vanaf Eindhoven moest rijden, al in Rotterdam over te nemen. Opgeteld bij mijn lunchpauze betekende dit ruim twee uur bouwwerkzaamheden bekijken. Bijsturing Rotterdam had echter heel andere plannen.
Bijsturing is een nogal in sluiers gehulde organisatie binnen de NS. Meestal knopen zij in stilte de losse eindjes aan elkaar, als er gaten in de dienstregeling zijn gevallen door bijvoorbeeld een aanrijding of een defecte trein. Ook als een machinist of conducteur wegens ziekte de trein moet verlaten, of door bijzondere familieomstandigheden niet meer in staat is zijn of haar functie naar behoren te vervullen, schuift de Bijstuurder als een grootmeester met de stukken. Koningin opofferen hier, rokade daar, de gekste paardensprong is mogelijk. Dit alles zonder dat de reiziger er iets van merkt. En wat de computer maar niet lukt, lukt de Bijstuurder wel; geregeld weet hij de dienst van een personeelslid een half uurtje eerder te laten eindigen. Geen wonder dat Bijsturing bij het personeel zo hoog staat aangeschreven.
Soms slaat de Bijstuurder in zijn enthousiasme echter volledig door. Schuiven met de inhoud van de éne dienst, betekent vaak óók rommelen met de ander. Zo kan een pennenstreek op één dienstkaartje, uitlopen op een orkaan van veranderingen op de diensten van het hele personeel. Niet alleen het personeel van de eigen regio, er kan zelfs een landelijk infarct ontstaan. Vooral als er rond Utrecht iets gebeurt is die kans groot. Met man en macht proberen Bijstuurders dan personeel en trein te herenigen, maar geen machinist kijkt er nog vreemd van op als hij te horen krijgt dat zijn trein in Sittard staat, terwijl hijzelf zojuist door een taxi in Den Helder is gedropt en de conducteur uren geleden voor het laatst op een veerboot in de buurt van Ameland is gesignaleerd. Geen wonder dat Bijsturing door het personeel vaak zo verguisd wordt.
Bijsturing is hiermee tevens de oorzaak van het grote aantal vrijgezellen op het spoor. Hoe leg je immers aan vrouw/man/vriend/vriendin uit, dat je de nacht moet doorbrengen in een viersterrenhotel in Scheveningen, terwijl je thuis de hele morgen hebt lopen klagen dat je niets anders mocht rijden dan de Sprinter van Deurne naar Nijmegen en weer terug? Gelukkig(?) betreft het hier calamiteiten die zich hooguit één of twee keer per jaar voordoen. Wie toch al op een scheiding aanstuurt, vindt bij Bijsturing een grote expertise. Geen wonder dat Bijsturing bij het personeel zulke dubbele gevoelens oproept.
Terug naar mijn eigen dienst. Geen ‘leegmat’-trein voor mij in Rotterdam dus. En Bijsturing Eindhoven had in deze contreien niets te vertellen. Bijsturing Rotterdam had na mijn lunch de stoptrein naar Amsterdam in de aanbieding. Geen verkeerde trein, als je hem niet dagelijks hoeft te rijden. Bovendien een trein over bekend terrein. Ik rijd geregeld van Rotterdam naar Utrecht en zelfs vaak van Utrecht naar Amsterdam. Over de sluiproute van Woerden naar Breukelen kom ik echter zelden. Hoewel het een stukje van niks is, is een ‘nieuw’ traject altijd spannend om te rijden. Zelfs als er geen onbekend station uit het stof opduikt dat je per ongeluk voorbij kunt schieten.
Zo gezegd, zo gedaan. Met een SLT, die voor de verandering wonderbaarlijk goed reageerde op wat ik wilde, nam ik de ruime bocht van Woerden naar Breukelen. Weilanden in de zon, koeien, schapen en boerderijen. Het leek wel gewoon Nederland. Alleen de harde wind viel op. Snel heb ik als bewijs een paar foto’s genomen. Jammer dat je in een SLT zo’n enorme dode hoek hebt. Het is als rijden met oogkleppen voor, je kunt alleen recht vooruit kijken. Op de foto’s mist dus het overzicht in de breedte. Voor ik het wist was ik Breukelen alweer voorbij - natuurlijk na er gestopt te zijn - en viel ik onder het frisse regiem van Bijsturing Amsterdam.
Een beetje beteuterd belde de Bijstuurder uit de hoofdstad me op. Amsterdammers, al decennia gewend aan werken in een bouwput, kunnen wel overweg met een beetje rotzooi. Daar hebben ze geen anderen voor nodig en ze moest dus bekennen dat ze niet op een Eindhovense machinist zaten te wachten. Enigszins met hangende schouders - je wordt tenslotte niet iedere dag overbodig verklaard - sloot ik me aan bij de groep wachtenden op de trein naar Eindhoven. Nou vind ik het niet erg om met de trein te reizen, maar alleen als echte reiziger, niet als passagierende machinist. In uniform tussen de passagiers voel ik me een dokter op de operatietafel, een tandarts in zijn eigen marteltuig, een beul aan de schandpaal. Ik heb het gevoel dat ik iets meelijwekkends uitstraal.
Eenmaal terug onder de warme hoede van Bijsturing Eindhoven, was mijn trein naar Venlo natuurlijk al lang en breed vertrokken. Gereden door een andere, bijgestuurde machinist. Ik ben nog maar wat blijven plakken, heb even uitgehuild in het computerhok. Mijn eigen trein gemist doordat die twintig minuten voorsprong op mij had. Een schrale troost dat ik nu een half uurtje eerder naar huis kon. Aan Bijsturing te danken. Geen wonder dat deze organisatie zo hoog bij het personeel staat aangeschreven.

