Atlantis
(Van Wikipedia:)
De Griekse filosoof Plato (427-347 voor Christus) was de eerste die over Atlantis schreef. In een van zijn dialogen vertelt het personage Critias dat zijn grootvader het verhaal over Atlantis rechtstreeks van de grote Solon (638-558 v.C.) vernomen zou hebben. Hoe het land eruit zag, is door Plato bij monde van deze Critias in detail beschreven. Onder andere was er op het eiland een tempel gewijd aan de Shinto-god Amaterasu, de Zonnegodin. Het eiland Atlantis lag ver buiten de Middellandse Zee, dus nog verder dan de Zuilen van Hercules (de straat van Gibraltar.)
In de onvoltooide dialoog ‘Critias’ geeft Plato een zeer gedetailleerde beschrijving van het centrum van het machtige Atlantis-rijk: Het eiland werd geregeerd door een Keizer die ervoor zorgde dat alle bevolkingsgroepen in vrede met elkaar leefden. Het oude rijk was arm aan natuurlijke bronnen en daarom waren er machtige machines nodig om de bevolking van energie te voorzien. Machines die soms meer op Goden met een eigen wil leken, dan op menselijke bouwsels. Ontembaar als ze eenmaal kwaad gemaakt waren. Machtige priesters probeerden de Goden tevreden te houden met Noh-spelen.
Volgens Plato’s dialoog zal het rijk na een 9500-jarig bestaan verdwijnen door een wereldwijze catastrofe, een soort zondvloed, waardoor ieder spoor van het land wordt uitgewist. Plato’s beschrijving van een mythisch eiland komt over de hele wereld in vele verhalen voor, in de vorm van een aards paradijs, dat ten ondergaat aan natuurrampen, zoals aardbevingen of vloedgolven, al dan niet teweeg gebracht door de toorn der Goden.
Geleerden zijn het er niet over eens of Plato mogelijk door vroegere bronnen is geïnspireerd. Sommigen gaan er van uit dat hij putte uit verhalen over de vulkaanuitbarsting van Thera, terwijl anderen veronderstellen dat hij door de verwoesting van Helike in 373 v.Chr. of de mislukte Atheense expeditie naar Sicilië in 415-413 v.Chr. zijn inspiratie voor Atlantis kreeg. Omdat Plato de verwoesting van Atlantis in verband brengt met de vloed van Deucalion wordt ook wel verondersteld dat hij zich liet inspireren door een zondvloedverhaal.
